
Gijs Frieling heeft de opdracht gekregen een wandschildering te maken. In de ene zaal in het Drostenhuis toont hij hoogtepunten uit het Nieuwe Testament. Voor de verbeelding van deze hoogtepunten heeft Frieling bestaande beelden gekozen zoals Servische gepolychromeerde beeldjes van de doop en Maria en kind. Beelden uit schilderijen van Duccio Buoninsegna die rond 1350 leefde en de zgn. byzantijnse stijl beoefende. Deze stijl kenmerkt zich door het ontbreken van
perspectief. De architectuur is soms kleiner dan de figuren. In de andere zaal vinden we de sfeer terug van de rituelen en de omgeving, die bij de Christengemeenschap belangrijk zijn. De sfeer roept een vrolijke lichte ruimte op die doet denken aan een tent. Een tent wordt gebruikt voor de doop en eredienst. Op de wanden van de tent een versiering die feestelijk is maar uiteindelijk blijkt een wijnrank te zijn. De wijnrank komt voort uit de zijwond van Christus. Christus op de koude steen. 12 stenen als fundament van de tempel van Jeruzalem, 12 discipelen etc.